Op een vrij opneembare spaarrekening kun je altijd bij je geld, maar de rente is variabel. Bij een deposito zet je geld vast voor een looptijd, tegen een rente die die hele periode gelijk blijft.
Per 1 oktober 2026 geeft ASN Bank 2,60% op een 1-jaarsdeposito tegenover 1,30% op vrij opneembaar sparen: een verschil van 1,30 procentpunt.
Bij Scalable is het verschil kleiner: 2,60% vrij opneembaar tegenover 3,00% voor 12 maanden vast.
Tussentijds opnemen kost vaak geld. Bij ASN is dat 1,25% per resterend jaar, met een maximum van 4,5%.
De ECB verhoogde de depositorente in 2026 twee keer, naar 2,50% per 16 september. Wie nu lang vastzet, profiteert niet mee als de rente verder stijgt.
Een depositoladder spreidt dat risico: met € 20.000 over vier looptijden krijg je bij ASN gemiddeld 2,71% en komt er elk jaar geld vrij.
Een deposito levert meestal meer op dan vrij opneembaar sparen, maar het verschil hangt sterk af van de aanbieder. Bij een traditionele bank als ASN is een 1-jaarsdeposito per 1 oktober 2026 twee keer zo hoog als de gewone spaarrente. Bij online aanbieders die al een hoge variabele rente betalen, is de extra opbrengst van vastzetten soms maar een paar tienden van een procent. Daar staat tegenover dat je je geld niet of alleen tegen een boete kunt opnemen.
Wat je kiest hangt dus af van twee vragen: hoeveel extra rente krijg je echt voor het vastzetten, en hoe zeker weet je dat je het geld de hele looptijd niet nodig hebt.
Wat is het verschil tussen een deposito en een spaarrekening?
Een vrij opneembare spaarrekening is de gewone spaarrekening. Je stort en neemt op wanneer je wilt, meestal zonder kosten. De bank mag de rente op elk moment aanpassen: stijgt de rente in de markt, dan kan je spaarrente meestijgen, maar hij kan net zo goed dalen. Banken noemen dit ook flexibel sparen of internetsparen.
Een deposito (ook termijndeposito, spaardeposito of rentevast-rekening) is een afspraak met de bank: je zet een bedrag vast voor een looptijd, bijvoorbeeld 1, 5 of 10 jaar. In ruil krijg je een vaste rente voor die hele periode. Aan het einde van de looptijd krijg je je inleg en de rente terug, of zet je het opnieuw vast. Tussentijds opnemen kan meestal niet, of alleen tegen een vergoeding. Bijstorten kan bij de meeste banken ook niet: wil je meer vastzetten, dan open je een nieuw deposito.
Vrij opneembare spaarrekening
Deposito
Rente
Variabel: kan elke dag veranderen
Vast voor de hele looptijd
Bij je geld
Altijd, meestal zonder kosten
Aan het einde van de looptijd; eerder vaak tegen een vergoeding
Bijstorten
Altijd
Meestal niet; je opent een nieuw deposito
Looptijd
Geen
Van een paar maanden tot 10 jaar of langer
Rente-uitbetaling
Per maand, kwartaal of jaar, verschilt per bank
Per jaar of aan het einde, verschilt per bank
Depositogarantie
Tot €100.000 per persoon per bank
Ook, samen met je spaarrekening bij dezelfde bank
Belasting
Box 3, als banktegoed
Box 3, als banktegoed
De belangrijkste verschillen in het kort
Er zijn ook vormen ertussenin. Bij een spaarrekening met opnametermijn blijft de rente variabel, maar meld je een opname vooraf aan: bij Rabo TijdslotSparen 90 dagen, bij ABN AMRO Tijdslot Sparen 45 dagen. Daarvoor krijg je iets meer rente dan op de gewone spaarrekening. En bij ABN AMRO Kwartaal Sparen krijg je een bonusrente als je het geld het hele kwartaal laat staan. Je vindt ze in de vergelijking met opnametermijn.
Een geldmarktfonds lijkt op sparen, maar is een belegging: er is geen depositogarantie en de waarde kan in theorie dalen. Het verschil lees je in geldmarktfonds of spaarrekening.
Hoe groot is het renteverschil echt?
Een bank betaalt meer voor geld dat ze zeker een tijd mag houden. Dat is de logica achter de depositopremie. Hoe groot die premie is, verschilt per bank, omdat elke bank zelf bepaalt hoeveel ze voor flexibel spaargeld wil betalen. Grote banken met veel spaarders houden hun variabele rente vaak laag. Daardoor lijkt een deposito daar relatief aantrekkelijk.
Aanbieder
Vrij opneembaar (variabel)
1 jaar vast
Verschil
ASN Bank
1,30% (tot € 25.000)
2,60%
1,30 procentpunt
Scalable Capital
2,60%
3,00% (12 maanden)
0,40 procentpunt
Vrij opneembaar tegenover 1 jaar vast, zoals vermeld op de sites van de aanbieders op 1 oktober 2026
Het opvallende: een 1-jaarsdeposito bij ASN levert precies evenveel op als de variabele rente op Scalable Overnight. Wie zijn geld bij een grootbank vastzet voor de hogere rente, kan dezelfde rente dus soms ook vrij opneembaar krijgen bij een andere aanbieder. Let wel: die variabele rente kan morgen omlaag, de depositorente niet.
Langere looptijden geven meestal iets meer, maar de opslag per extra jaar is klein. Bij ASN loopt de rente van 2,60% voor 1 jaar op naar 2,85% voor 5 jaar en 3,20% voor 10 jaar. Bij ABN AMRO is dat 2,00% voor 1 jaar, 2,50% voor 5 jaar en 2,90% voor 10 jaar.
Looptijd
ASN Bank (per 16 september 2026)
ABN AMRO (stand 1 oktober 2026)
1 jaar
2,60%
2,00%
2 jaar
2,70%
2,15%
3 jaar
2,75%
2,20%
5 jaar
2,85%
2,50%
10 jaar
3,20%
2,90%
Depositorentes per looptijd (vaste rente)
Wie vier jaar extra vastzet om van 2,60% naar 2,85% te gaan, krijgt 0,25 procentpunt per jaar extra. Op € 10.000 is dat € 25 per jaar. Dat is de prijs die de bank betaalt voor vier jaar minder flexibiliteit.
Tussentijds opnemen: wat zeggen wet en voorwaarden?
Er is geen wettelijk recht om een deposito tussentijds op te nemen. Wat mag en wat het kost, staat in de productvoorwaarden van de bank. Die verschillen flink. Nibud omschrijft een deposito als een rekening waarop je in één keer inlegt en waarvan je tussendoor geen geld opneemt. Sommige banken staan het toch toe, tegen een vergoeding.
ASN Bank: opnemen kan, maar kost 1,25% per jaar dat de deposito nog loopt, met een maximum van 4,5%. Een deel van een jaar telt als heel jaar. Geen kosten bij onder meer overlijden, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, aankoop van een eigen woning of verduurzaming van je huis.
ABN AMRO: je betaalt bij opnemen 'meestal een boete, al zijn er uitzonderingen'. De precieze regels staan in de voorwaarden van het Spaar Deposito.
Scalable Spaardeposito: tussentijds opnemen is niet mogelijk; de rente komt aan het einde van de looptijd.
Na 2 jaar opnemen uit een 5-jaarsdeposito bij ASN (€ 20.000 tegen 2,85%)
Rente jaar 1 en 2 (2 × € 570)
€ 1.140
Resterende looptijd
3 jaar
Opnamekosten (3 × 1,25% = 3,75% van € 20.000)
- € 750
Netto rente over 2 jaar
€ 390
Op ASN Sparen tegen 1,30% had je in dezelfde twee jaar € 520 gekregen, aangenomen dat die variabele rente gelijk blijft. Wie onverwacht moet opnemen, houdt dus minder over dan bij gewoon sparen. Bij een rekening zonder opnamemogelijkheid zit je geld gewoon vast tot de einddatum.
Renterisico: wat als de ECB de rente verandert?
Spaarrentes volgen met vertraging de depositorente van de ECB. Die stond vanaf 11 juni 2025 op 2,00%, ging per 17 juni 2026 omhoog naar 2,25% en per 16 september 2026 naar 2,50%. Meer over dat verband lees je in ECB-rente en spaarrente.
Met een deposito leg je de rente vast. Dat werkt twee kanten op. Daalt de ECB-rente, dan houd jij je hogere rente terwijl variabele spaarders inleveren. Stijgt de rente verder, dan zit je vast aan een rente die achterloopt. Op dit moment beweegt de ECB omhoog, en dat maakt lang vastzetten minder vanzelfsprekend dan in een periode van dalende rentes.
De variabele rente heeft het omgekeerde risico. Banken kunnen die op elk moment aanpassen, en een hoge welkomstrente valt na een paar maanden terug. Bij een vrij opneembare rekening draag jij het risico van dalende rente, bij een deposito het risico van stijgende rente.
De depositoladder: spreiden over looptijden
Met een depositoladder verdeel je je geld over meerdere deposito's die op verschillende momenten aflopen. Zo komt er regelmatig geld vrij, en zet je niet alles vast op één rentemoment. Loopt een deposito af, dan zet je dat deel weer vast op de langste looptijd van de ladder.
Ladder van € 20.000 bij ASN Bank (rentes per 16 september 2026)
€ 5.000 voor 1 jaar tegen 2,60%
€ 130 per jaar
€ 5.000 voor 2 jaar tegen 2,70%
€ 135 per jaar
€ 5.000 voor 3 jaar tegen 2,75%
€ 137,50 per jaar
€ 5.000 voor 4 jaar tegen 2,80%
€ 140 per jaar
Rente in jaar 1 (gemiddeld 2,71%)
€ 542,50
Ter vergelijking: alles in een 1-jaarsdeposito levert € 520 op, alles voor 4 jaar vast € 560. De ladder zit daartussen. Het voordeel zit niet in de rente, maar in de spreiding: elk jaar komt er € 5.000 vrij, en als de rente gestegen is, profiteert dat deel direct mee.
Na het eerste jaar zet je de vrijgekomen € 5.000 vast voor 4 jaar, tegen de rente die dan geldt. Na vier jaar staat al je geld in 4-jaarsdeposito's, maar loopt er toch elk jaar één af. Houd wel per bank het totaal onder de grens van de depositogarantie; daarover meer hieronder.
Veiligheid en belasting
Voor de depositogarantie maakt het niet uit of je geld vrij opneembaar of vast staat. Alle tegoeden bij één bank tellen samen, tot € 100.000 per persoon per bank. Gebruikt een bank meerdere merknamen, dan telt alles bij elkaar. Meer in hoe veilig is je spaargeld.
Ook voor box 3 is er geen verschil. De Belastingdienst rekent voor 2026 met een voorlopig forfaitair rendement van 1,28% op banktegoeden, inclusief deposito's, en een tarief van 36%. De peildatum is 1 januari. Rente die je in een deposito opbouwt maar pas later uitbetaald krijgt, verandert daar niets aan. Zie box 3 in 2026.
Wanneer past wat?
Situatie
Vrij opneembaar
Deposito
Buffer voor onverwachte kosten
Past: direct beschikbaar
Past slecht: opnemen kost geld of kan niet
Geld voor een uitgave binnen een jaar
Past
Alleen als de looptijd eerder afloopt
Geld dat je jaren zeker niet nodig hebt
Kan, maar rente kan dalen
Past: vaste rente, vaak hoger
Je verwacht een dalende ECB-rente
Je rente daalt mee
Je houdt je rente vast
Je verwacht een stijgende ECB-rente
Je rente stijgt (met vertraging) mee
Je zit vast; kortere looptijd of ladder beperkt dat
Voor een noodbuffer ligt vrij opneembaar voor de hand. Hoe groot die buffer moet zijn, lees je in hoeveel spaargeld als buffer. Voor geld daarbovenop dat je de komende jaren niet nodig hebt, kan een deposito of een ladder extra opleveren, mits de premie groot genoeg is om de verloren flexibiliteit te rechtvaardigen.
Conclusie: het renteverschil tussen deposito en vrij opneembaar is vooral groot bij banken met een lage variabele rente. Vergelijk daarom niet alleen de deposito met de spaarrekening van dezelfde bank, maar ook met de beste vrij opneembare rente elders. Is het verschil een paar tienden van een procent, dan koop je met vastzetten vooral rentezekerheid en lever je flexibiliteit in. Met de ECB-rente die in 2026 steeg, beperkt een korte looptijd of een ladder het risico dat je te vroeg vastzit.
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Rentes zijn variabel tenzij anders vermeld en kunnen na publicatie zijn gewijzigd; controleer altijd de actuele voorwaarden bij de aanbieder.
Veelgestelde vragen
Wat is een deposito?
Een deposito is een spaarvorm waarbij je een bedrag vastzet voor een vaste looptijd, bijvoorbeeld 1 of 5 jaar, tegen een rente die die hele periode gelijk blijft. Aan het einde krijg je je inleg en de rente terug. Tussentijds opnemen kan meestal niet, of alleen tegen een vergoeding.
Wat is het verschil tussen een deposito en een spaarrekening?
Op een gewone spaarrekening kun je altijd bij je geld en is de rente variabel. Bij een deposito zet je geld vast voor een looptijd en is de rente vast. Beide vallen onder de depositogarantie tot €100.000 per persoon per bank en tellen in box 3 als banktegoed.
Kan ik een deposito tussentijds opnemen?
Dat hangt af van de voorwaarden van de bank; er is geen wettelijk recht op. ASN Bank staat het toe tegen 1,25% kosten per resterend jaar (maximaal 4,5%), ABN AMRO rekent meestal een boete en bij het Scalable Spaardeposito kan het niet.
Is een deposito beter dan een spaarrekening?
Een deposito geeft meestal een hogere, vaste rente, maar je geld staat vast. Of het beter is hangt af van het renteverschil met de beste vrij opneembare rekening en van de kans dat je het geld eerder nodig hebt.
Wat is een depositoladder?
Je verdeelt je spaargeld over deposito's met verschillende looptijden, bijvoorbeeld 1, 2, 3 en 4 jaar. Elk jaar loopt er één af, die je opnieuw vastzet op de langste looptijd. Zo komt er regelmatig geld vrij en spreid je het renterisico.
Valt een deposito onder het depositogarantiestelsel?
Ja. Deposito's bij een bank vallen net als gewone spaarrekeningen onder de depositogarantie van € 100.000 per persoon per bank. Alle tegoeden bij dezelfde bank tellen samen.
Moet ik een deposito afsluiten als de ECB-rente stijgt?
Dat is een afweging, geen vaste regel. Bij een stijgende rente loop je met een lange looptijd het risico dat je vastzit aan een rente die achterloopt. Een korte looptijd of een ladder beperkt dat risico.