De inflatie in Nederland was in augustus 2026 3,3% volgens het CBS. In juli was dat 3,2%.
De gemiddelde rente op een Nederlandse spaarrekening was in augustus 2026 1,26% (ECB-statistiek). Reëel is dat ongeveer −2,0% per jaar.
Je hebt bij de huidige inflatie ruim 3,3% rente nodig om je koopkracht te behouden, en nog meer als je boven het heffingsvrij vermogen van box 3 zit.
Wie op 1 januari 2022 €10.000 spaarde tegen de gemiddelde rente, kon daar eind 2025 nog maar voor ongeveer €8.531 aan spullen van toen mee kopen.
Voor de meeste spaarders groeit het spaargeld in 2026 niet in koopkracht. De inflatie was volgens het CBS 3,3% in augustus 2026, terwijl de gemiddelde rente op een Nederlandse spaarrekening in dezelfde maand 1,26% was. Het saldo op je rekening stijgt dan wel, maar je kunt er elk jaar ongeveer 2% minder voor kopen. Alleen de hoogste spaarrentes komen in de buurt van de inflatie.
In dit artikel staat hoe je je reële rendement berekent, wat dat betekent bij verschillende rentes, en hoe het de afgelopen jaren uitpakte voor wie zijn geld op een gewone spaarrekening liet staan.
Nominaal en reëel rendement
Het nominale rendement is de rente die je bank bijschrijft. Het reële rendement is wat er overblijft nadat je corrigeert voor prijsstijgingen. Dat laatste bepaalt of je er in werkelijkheid op vooruit gaat.
Een veelgebruikte vuistregel is rente min inflatie. Dat is een benadering. De precieze formule is: (1 + rente) / (1 + inflatie) − 1. Bij 2,5% rente en 3,3% inflatie geeft de vuistregel −0,8%; de precieze uitkomst is −0,77%. Bij lage percentages scheelt het weinig.
Rekenvoorbeeld: €10.000 tegen 2,5% rente bij 3,3% inflatie
Saldo na een jaar: €10.000 × 1,025
€10.250
Prijsstijging over het jaar
3,3%
Koopkracht in euro's van vorig jaar: €10.250 / 1,033
€9.923
Reëel verlies na een jaar
€77 (−0,77%)
De inflatie volgens het CBS
Het CBS meet de inflatie met de consumentenprijsindex (CPI). Op 8 september 2026 maakte het CBS bekend dat goederen en diensten in augustus 2026 3,3% duurder waren dan een jaar eerder. In juli was dat 3,2%. Het CBS wijst als oorzaak vooral op hogere prijzen die Nederlanders in het buitenland betalen, en daarnaast op gas. De snelle raming voor september verschijnt begin oktober.
Periode
Inflatie
2022 (jaargemiddelde)
10,0%
2023 (jaargemiddelde)
3,8%
2024 (jaargemiddelde)
3,3%
2025 (jaargemiddelde)
3,3%
Januari 2026
2,4%
Mei 2026
3,5%
Juni 2026
2,9%
Juli 2026
3,2%
Augustus 2026
3,3%
Inflatie in Nederland (CPI, jaar-op-jaar, bron: CBS)
Naast de CPI publiceert het CBS ook de HICP, de Europees geharmoniseerde maatstaf die de ECB gebruikt. Die kwam voor Nederland in augustus 2026 uit op 2,8%. De twee maatstaven zijn net anders samengesteld. In Nederland is de CPI de gangbare maatstaf voor de inflatie, en die gebruiken we hier.
De ECB streeft naar 2% inflatie in de eurozone op middellange termijn. Volgens de projecties van ECB-medewerkers van september 2026 komt de inflatie in de eurozone uit op gemiddeld 3,0% in 2026, 2,5% in 2027 en 2,1% in 2028. Dat zijn verwachtingen, geen beloftes, maar ze laten zien dat de ECB niet rekent op een snelle daling.
Welke rente heb je nodig?
De ECB houdt bij welke rente Nederlandse banken gemiddeld betalen. In augustus 2026 was de gemiddelde rente op vrij opneembare spaartegoeden van huishoudens 1,26%. Op betaalrekeningen was het gemiddeld 0,14%. De tabel laat zien wat verschillende rentes reëel opleveren bij 3,3% inflatie, als die inflatie vijf jaar zo zou blijven.
Rente
Reëel rendement per jaar
Koopkracht na 1 jaar
Koopkracht na 5 jaar
0,14% (gem. betaalrekening)
−3,06%
€9.694
€8.561
1,26% (gem. spaarrekening)
−1,97%
€9.803
€9.051
2,0%
−1,26%
€9.874
€9.386
2,5%
−0,77%
€9.923
€9.619
3,0%
−0,29%
€9.971
€9.856
3,5%
+0,19%
€10.019
€10.097
€10.000 bij 3,3% inflatie per jaar (koopkracht in euro's van vandaag)
Het verschil tussen de gemiddelde spaarrekening en een rekening van 2,5% is na vijf jaar bijna €570 aan koopkracht op elke €10.000. Bij €50.000 is dat ongeveer €2.840. Dat is het verschil tussen ergens blijven zitten en een keer overstappen.
Zo pakte het uit sinds 2022
Om te zien wat dit in de praktijk betekent, kun je de jaargemiddelden van het CBS naast de gemiddelde spaarrente van Nederlandse banken leggen. Stel dat iemand op 1 januari 2022 €10.000 op een gewone spaarrekening zette en de rente liet bijschrijven.
Jaar
Gem. spaarrente
Inflatie
Saldo eind jaar
Koopkracht (euro's van 2022)
2022
−0,01%
10,0%
€9.999
€9.090
2023
0,97%
3,8%
€10.096
€8.842
2024
1,58%
3,3%
€10.256
€8.695
2025
1,35%
3,3%
€10.394
€8.531
€10.000 op een gemiddelde Nederlandse spaarrekening vanaf januari 2022
Het saldo steeg in vier jaar met bijna €400. De prijzen stegen in dezelfde periode met ruim 21%. Wat overblijft is ongeveer €8.531 aan koopkracht van begin 2022: een verlies van bijna 15%. De gemiddelde spaarrente is berekend als jaargemiddelde van de maandcijfers van de ECB; individuele banken weken daar natuurlijk van af.
Het grootste deel van het verlies kwam uit 2022, toen de inflatie 10% was en spaarrentes rond nul stonden. Maar ook in 2023, 2024 en 2025 bleef de gemiddelde spaarrente onder de inflatie. Sparen tegen de gemiddelde rente heeft dus vier jaar op rij koopkracht gekost.
Belasting maakt het verschil groter
Zit je boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 (2026, per persoon), dan betaal je ook nog box 3-belasting. Die bedraagt in 2026 ongeveer 0,46% van het deel boven de vrijstelling. Daarmee schuift de rente die je nodig hebt om de inflatie bij te houden verder omhoog. Hoe dat precies werkt, staat in box 3 en spaargeld.
Rekenvoorbeeld: €100.000 tegen 2,5%, alleenstaand
Rente over een jaar
€2.500
Box 3-belasting 2026
−€187
Netto rente
€2.313 (2,31%)
Nodig om 3,3% inflatie bij te houden
€3.300
Reëel verlies na belasting
ongeveer €955
Wat kun je ermee?
Er is geen spaarproduct met depositogarantie dat structureel ver boven de inflatie uitkomt. Wat wel kan, is het verlies zo klein mogelijk houden. Dat zijn de afwegingen:
Een hogere vrij opneembare rente. Het verschil tussen 1,26% en 2,5% is ruim een procentpunt per jaar, zonder extra risico als je onder de €100.000 depositogarantie per bank blijft. Zie depositogarantiestelsel.
Een deposito. Je zet de rente vast, wat helpt als de rente daarna daalt. Als de inflatie stijgt, zit je er wel aan vast.
Een geldmarktfonds. Het rendement volgt de ECB-rente, maar er geldt geen depositogarantie en in box 3 telt het als belegging. Zie geldmarktfonds of spaarrekening.
Beleggen. Historisch gezien is het rendement hoger, maar je loopt koersrisico. Dat is geen vervanging voor je buffer.
Met de rentecalculator kun je je eigen bedrag, rente en verwachte inflatie invullen. Je ziet dan zowel het saldo als de koopkracht over een periode naar keuze.
Conclusie
Met 3,3% inflatie (augustus 2026) en een gemiddelde spaarrente van 1,26% verliest de gemiddelde spaarder ongeveer 2% koopkracht per jaar. Dat is geen reden om niet te sparen: een buffer heb je nodig, en spaargeld schommelt niet zoals aandelen. Maar het is wel een reden om niet genoegen te nemen met de gemiddelde rente.
Wie zijn geld bij een aanbieder met een hogere rente zet, maakt het verlies kleiner, maar haalt de inflatie in de huidige situatie niet of nauwelijks in. Wees sceptisch over advertenties die een rente boven de inflatie beloven: kijk hoe lang die rente geldt en tot welk bedrag.
Dit artikel is informatief en geen persoonlijk financieel advies. Rentes zijn variabel tenzij anders vermeld en kunnen na publicatie zijn gewijzigd; controleer altijd de actuele voorwaarden bij de aanbieder.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog is de inflatie in Nederland nu?
Volgens het CBS was de inflatie in augustus 2026 3,3%. In juli 2026 was dat 3,2%. Het CBS publiceert begin elke maand een snelle raming en ongeveer een week later het definitieve cijfer.
Wat is reëel rendement op spaargeld?
Reëel rendement is je rente gecorrigeerd voor inflatie: (1 + rente) / (1 + inflatie) − 1. Bij 2,5% rente en 3,3% inflatie is het reële rendement ongeveer −0,77%. Je saldo groeit dan, maar je kunt er minder voor kopen.
Welke spaarrente heb je nodig om inflatie bij te houden?
Bij 3,3% inflatie heb je minimaal 3,3% rente nodig om je koopkracht gelijk te houden. Zit je boven het heffingsvrij vermogen van box 3, dan moet de rente nog hoger zijn om ook de belasting te compenseren.
Wat is de gemiddelde spaarrente in Nederland?
Volgens de rentestatistiek van de ECB was de gemiddelde rente op vrij opneembare spaartegoeden van Nederlandse huishoudens 1,26% in augustus 2026. Op betaalrekeningen was het gemiddeld 0,14%.